Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief

Klik >> Brief Fennis inzake liturgie/woord en communievieringen

Klik >> Reactie op brief Fennis van de VPW Haarlem-Amsterdam

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief

Op 13 april 2015: 540 ondertekenaars. Ondertekenen gesloten...

Onderstaande tekst staat onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van de Vereniging Pastoraal Werkenden van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Het bestuur heeft het initiatief ertoe genomen en met een tiental leden een studiemiddag belegd. Hieruit zijn de antwoorden ontstaan op een aantal voor hen echt belangrijke vragen uit de vragenlijst van het Secretariaat van de Bisschoppensynode over het gezin in Rome.
Wij brengen onze antwoorden ter kennis van de leden van alle VPW’s en via hen aan de vrijwilligers in parochies die zij hiervoor willen uitnodigen. Zo beantwoorden wij aan de oproep van bisschop Franciscus van Rome om zoveel mogelijk gelovigen te betrekken bij het synodaal proces.
Onderaan de tekst bestaat de mogelijkheid van instemming betuigen. Wij zorgen ervoor dat de tekst met onze antwoorden en de namen van alle ondertekenaars naar genoemd Secretariaat wordt opgestuurd vóór de datumlimiet van 15 april 2015.

 

VPW antwoorden Synode 2015

Wij, pastores van parochies van het bisdom Haarlem/Amsterdam, Nederland, willen graag een bijdrage leveren aan de voorbereidingen van de Gewone Bisschoppensynode 2015 over het gezin. De vragenlijst die rondgestuurd is door het Secretariaat van de Bisschoppensynode in Rome, hebben wij pas half januari 2015 van onze bisschoppen ontvangen met het verzoek onze antwoorden vóór 23 februari in te sturen naar het bisdom.

Hoewel sommige pastores in samenspraak met hun parochianen geantwoord hebben, hebben wij in onze vereniging van pastores van genoemd bisdom gevraagd om verlenging van de termijn en om openbaarheid van de ingekomen reacties uit ons bisdom en van de Nederlandse kerkprovincie naar aanleiding van de vorige vragenlijst. De bisschop meende ons verzoek niet te kunnen inwilligen.

Daarom hebben wij een bijeenkomst belegd met een tiental pastores die enkele van de meest dringende onderwerpen heeft besproken en hebben het resultaat ervan verwerkt tot antwoorden op een aantal vragen. Deze antwoorden zijn ter instemming aangebodenaan andere pastores in het land en ook een groot aantal parochianen in heel Nederland. Wij hebben de antwoorden, hoewel de sluitingsdatum gepasseerd was, toch naar alle bisschoppen van Nederland gestuurd maar daarom ook nu rechtstreeks naar het secretariaat van de Synode.

Hieronder volgen de vragen die wij uitgekozen hebben voor onze bespreking, met de antwoorden en opmerkingen die erbij gemaakt zijn.

Pastorale uitdagingen (11)

6.In hoeverre en met welke middelen richt de gewone pastorale zorg zich tot de mensen die zich van de Kerk hebben verwijderd? (cf. RS 11) Welke operationele richtlijnen zijn beschikbaar om het “verlangen naar een gezin” op te wekken en te waarderen, een verlangen dat door de Schepper is gezaaid in het hart van elke mens en dat zeker leeft bij de jongeren, zelfs bij die jongeren die in gezinssituaties leven die helemaal niet beantwoorden aan de christelijke visie? Hoe reageren zij op de inspanningen van de Kerk in haar zending naar hen? Hoe wijd verspreid is het natuurlijke gezin bij de niet-gedoopten, ook in verband met het verlangen bij jongeren om een gezin te vormen?

Bij deze vraag hebben wij, de pastores die het antwoord hebben voorbereid, onze algemene indruk van de vragenlijst besproken en gemeend onze opmerkingen erbij nu uit te spreken.

Hoewel wij ons bewust zijn dat de vragenlijst gericht is aan de wereldwijde gemeenschap van katholieken, met hun eigen culturen, geschiedenis en gewoonten, kunnen wij niet anders dan antwoorden vanuit onze Nederlandse situatie. Deze verschilt van vele andere delen van de kerk omdat wij niet alleen door de kerkverlating een steeds kleinere en marginale groep vormen in ons land maar bovendien omdat dit land sterk geseculariseerd is.

Wij hebben de tekst van de meeste vragen dan ook ervaren als komend vanuit een voor ons vreemd milieu waar namelijk het christelijk gezin een belangrijke maatschappelijk plaats inneemt. Onze geseculariseerde situatie is op haar beurt ook weer sterk bepalend voor de invloed op het gedrag van mensen, ook van katholieken dus. De jongeren ervaren haar zelfs als normaal voor hun toekomst, ook wat hun relaties betreft. De mooie gemeenschap die op verschillende plaatsen in het document geschilderd wordt, komt hier nog maar sporadisch voor. Het natuurlijk huwelijk – hiermee wordt het huwelijk bedoeld dat niet kerkelijk gesloten wordt maar alleen burgerlijk of zelfs alleen als samenwonen zonder huwelijk – is niet alleen bij niet-gedoopten maar ook bij veel gedoopten wijd verspreid. En dan vooral bij jongeren.

Wij vinden dan ook dat de pastorale benadering en de regelgeving van de kerk terecht de volle aandacht krijgt. Tegelijk menen wij dat uit het document toch een sacramententheologie spreekt die niet meer geheel van deze tijd is maar wel verondersteld wordt. Wij komen hier nog op terug.

Toch vinden wij ook in andere delen van het document, zoals de inleiding met de referentie aan de Relatio, een realistische analyse en openheid naar de wereld van vandaag die weldadig overkomt en wij zijn blij te lezen dat met de citaten van bisschop Franciscus de perspectieven van ‘vertrekken vanuit de periferie van het leven’ en van de ‘cultuur van de ontmoeting’ een plaats krijgen. Gezien vanuit vroegere documenten over deze onderwerpen, hebben wij dit nu als een verademing beleefd. Vanuit onze situatie hadden wij graag gezien dat alle vragen in deze perspectieven hadden gedeeld. In de volgende antwoorden komen wij concreet hierop terug.

Vragen over Deel II - De blik op Christus: het evangelie van het gezin

8. Welke waarden van het huwelijk en het gezin denken jongeren en gehuwde koppels in hun leven te kunnen realiseren? Onder welke vorm? Zijn er bepaalde waarden die sterker belicht kunnen worden? (cf. RS 13) Welke zondige aspecten moeten vermeden of overwonnen worden?

Voor jongeren en gehuwden is het huwelijk een ideaal van liefdesverbondenheid. Maar zij weten ook dat idealen slechts nagestreefd kunnen worden en nooit helemaal bereikt. Voor jongeren is dat de reden om te gaan samenwonen voordat gedacht wordt aan een huwelijk. Het is een proberen of in hun concrete situatie de kans van slagen reëel is en of zij inderdaad in staat zijn hun verdere leven trouw te zijn aan elkaar. Blijkt dit na korte of langere tijd niet het geval, dan gaan ze uit elkaar zonder zich schuldig te voelen.

Gehuwden weten inmiddels uit ervaring dat het ideaal moeilijk te bereiken is. Vooral de ouderen met kinderen ervaren dat het ideaal dat zij aan de start voor ogen hadden, anders blijkt uit te pakken na verloop van tijd. Toch zijn velen nog in staat om de eens gegeven trouw met vallen en opstaan voort te zetten. In steeds sterkere mate is echter de tijdsgeest veranderd in de zin dat een scheiding niet meer gezien wordt als een grote zonde maar als een falen na eerlijk proberen. De onverbreekbaarheid van het huwelijk wordt dan ook niet meer als een absolute waarde gezien. Wel komt het kerkelijke huwelijk en de leer van de kerk hieromtrent in die gevallen als een knellende band over die veel pijn, soms onnodige pijn, veroorzaakt.

Het gezin in Gods heilsplan (15-16)

13. Hoe kan het gezin worden opgevat als ‘huiskerk’ (cf. Lumen Gentium, 11), subject en object van het evangeliserende werk in dienst van het Rijk Gods?

Het gezin als huiskerk komt ons heel idealistisch over. Het komt nog slechts heel sporadisch in ons land voor. Jongeren die besluiten om samen verder door het leven te gaan, hebben meestal een heel verschillende achtergrond. Het ‘katholieke gezin’ was lange tijd heel bepalend in onze streken: kinderen trouwden met kinderen uit andere katholieke gezinnen en zetten de traditie voort. Dat zijn de huwelijken waar wij, pastores, nog uit zijn voortgekomen en waar wij ons geloof van onze ouders ontvingen.

Maar sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw is dit snel veranderd. Er is zelfs een generatiekloof ontstaan in de kerken van ons land. Vandaag de dag hebben de meeste jongeren geen of een heel zwakke band met een kerk of religie. Het zijn dan meestal individuele beslissingen, soms slechts van een van twee partijen, die leiden tot een kerkelijk huwelijk. En dan nog is dit in de meeste gevallen voorafgegaan door een lange periode van samenwonen.

In onze parochies ontbreken jonge gezinnen steeds meer. De enkele die er zijn en nog met hun kinderen naar de vieringen komen, proberen wij wel met de eerste-communie katechese en de vormsel katechese te sterken in hun geloof maar de meeste kinderen voelen zich niet meer aangesproken door de vieringen en komen niet meer in de kerk zodra zij de leeftijd van de puberteit bereiken. Ook bij onze eigen kinderen zien we dit en wij voelen ons onmachtig er iets aan te veranderen. Zelfs komt het voor dat onze eigen kinderen wel bij de kerk betrokken zijn maar niet kerkelijk gehuwd. Zij zouden dat soms wel willen maar gaan dan lang niet altijdnaar een pastoor of priester. Ze willen dan liever getrouwd worden door pastoraal werk(st)er, maar die hebben daar de bevoegdheid niet toe. Toch zingen ze op het koor of komen naar de gezinsvieringen. Die zouden naar onze smaak overigens wel wat creatiever mogen zijn dan de regels toelaten.

Maar wij zien tevens dat deze gezinnen van onze kinderen zich heel open ontwikkelen. Soms laten zij hun kinderen nog dopen al denken we dat daarbij sociale motieven een grote aandacht hebben. Wel vinden wij het knap zoals zij hun kinderen opvoeden en hoe zij samen met hun kinderen actief zijn bij zaken als Amnesty en de voedselbanken. Zij geven hun kinderen veel mee zodat zij later in het leven tot goede burgers uitgroeien. En dan kan het zelfs voorkomen dat die kinderen vanuit schoolvriendjes hun ouders op de kerk wijzen. Als ouders dan zeggen dat zij, hun kinderen, niet gedoopt zijn, dan gebeurt het dat kinderen heel vrijmoedig zeggen dat zij dan gedoopt willen worden. Ook dit ‘omgekeerde’ komt voor in onze parochies. Misschien moeten wij de kinderen wel serieuzer nemen dan wij gewend zijn. Kinderen kunnen heel oorspronkelijk zijn. Ouderen hebben uit de vroegere kerkbeleving veel afkeer over gehouden van strenge regelgeving en zijn zelfs daardoor antikerkelijk geworden.

Er zijn steeds minder parochies waar een open geest heerst en waar iedereen echt welkom is zoals hij of zij is. Strenge regelgeving en vooral morele kerkelijke voorschriften zijn een belemmering voor veel zoekende mensen om uit eigen beweging een katholieke kerk binnen te gaan op zondag. Ze gaan dan liever naar basisgemeenschappen, die zelfstandig zijn en daarom niet gebonden aan kerkelijke wetten.

Maar dit zijn ‘huisgemeenten’ van een ander soort, wij denken van het soort zoals die in de vroege kerk ontstonden waar christenen (en nieuwsgierigen?) in particuliere huizen samen kwamen zoals Handelingen beschrijft. Misschien moeten er wel meer van deze basisgemeenten komen om het geloof in Nederland vast te houden. Door kerksluitingen zijn deze gemeenschappen dan aangewezen op scholen of buurthuizen om samen te komen. Maar deze gemeenschappen hebben vaakgeen contact meer met parochies. Traditionele parochies onder leiding van conservatieve priesters zijn vaak helemaal niet open meer naar zoekers of twijfelaars. Het voorbeeld van de bisschop van Antwerpen is aan hen niet besteed.

De onverbrekelijkheid van het huwelijk en de vreugde van het samenleven (21-22)

19. Door opnieuw aan te knopen met een oude kerkelijke traditie heeft het Tweede Vaticaans Concilie zijn waardering voor het natuurlijke huwelijk uitgedrukt. In welke mate erkennen de diocesane pastorale diensten de waarde van die volkse wijsheid als fundamenteel voor de cultuur en de samenleving? (cf. RS 22)

De onverbrekelijkheid van het huwelijk is in ons land een groot probleem geworden. Velen menen dat de kerk zich hierbuiten dient te houden, anders dan met een zegen als hierom gevraagd wordt. Soms wordt het voorgesteld alsof de huidige kerkelijke wetgeving al tweeduizend jaar oud is maar onze parochianen weten inmiddels dat het eeuwen heeft geduurd voordat allerlei wetten omtrent het huwelijk in de kerk van kracht zijn geworden. Vooral jongeren die buiten de kerkelijke traditie zijn opgegroeid, hebben geen probleem met samenwonen. Als zij ervaren dat na een tijd hun verbondenheid sterk genoeg is gegroeid, gaan zij er soms alsnog toe over om te huwen, veelal burgerlijk maar soms ook kerkelijk. Af en toe spelen hier ook sociale motieven mee, vooral als de ouders nog kerkelijk betrokken zijn.

En als blijkt dat de verschillen tussen de samenwonenden te groot is om naar een ideale eenheid te kunnen groeien, vinden mensen een ‘scheiding’ heel gewoon, vooral jongeren die nog geen kinderen hebben. Bij ouderen met kinderen komt het ook voor. En als het samenzijn tot onhoudbare toestanden heeft geleid, dan wordt scheiding gezien als de minst kwade oplossing. Ruzie tussen de ouders vormen ook geen gezonde basis voor de opvoeding van de kinderen. Hoewel wij beseffen dat de tijdgeest heeft meegebracht dat velen lichtvaardig over het scheiden denken, en dat wij hier ook een tegengeluid mogen laten horen, doen zich vaak situaties voor die alleen maar door scheiding op te lossen zijn. Als er geen liefde meer is, dan kunnen we toch ook niet van een huwelijk spreken? Het is dan zaak ertoe bij te dragen dat de scheiding zo weinig mogelijk lijden veroorzaakt, vooral voor de kinderen. Helemaal zonder lijden is geen enkele scheiding. En dan zijn er ook scheidingen waar gehuwden uit elkaar gaan in harmonie. “Wij hebben het geprobeerd, maar het is niet gelukt”. Er zijn zelfs kerken die in zulke situaties een liturgisch samenzijn organiseren waarin menselijke tekorten genoemd worden en er spijt over wordt uitgesproken maar waarin ook de zegen wordt gevraagd voor de toekomst van alle betrokkenen.

Waarheid en schoonheid van het gezin en barmhartigheid tegenover gebroken en kwetsbare gezinnen (23-28)

20. Hoe kunnen we mensen helpen begrijpen dat niemand uitgesloten wordt van Gods barmhartigheid? Hoe kan deze waarheid uitdrukking vinden in de pastorale omgang met gezinnen, in het bijzonder met gebroken en kwetsbare gezinnen? (cf. RS 28)

In onze pastorale omgang met deze gezinnen zal de gedachte aan Gods barmhartigheid niet het eerste zijn dat bij ons opkomt. In het begin zeiden wij al dat wij liever een positieve instelling willen nastreven en bewonderen waar mensen allemaal toe in staat zijn in hun leven. Vanuit dit gegeven willen wij mensen begeleiden op hun moeizame weg door het leven en hun steun bieden. Vooral bij ‘gebroken en kwetsbare gezinnen’ blijkt dat op de eerste plaats onze eigen barmhartigheid en die van onze medegelovigen aangesproken moeten worden. In onze barmhartigheid hopen we dan dat Gods barmhartigheid zal doorklinken. De vraag geeft dus niet alleen een verkeerd beeld van deze gezinnen maar ook een verkeerd beeld van God.

In elke relatie, kerkelijk of niet, zit iets heiligs, iets ‘sacramenteels’, genade. We proberen het goede en mooie erin te zien. Vandaar uit willen wij dan kijken naar mogelijkheden om te zorgen dat mensen er iets van kunnen maken en er niet onderdoor hoeven te gaan, vooral wanneer zorgen om materiële zaken als armoede en werkeloosheid een rol spelen. Dan is het zaak om deze mensen te helpen om hun kinderen te eten te kunnen geven en naar school te laten gaan. Goed contact met de voedselbank en de parochiële charitas is daarom voor ons belangrijk.

Barmhartigheid laten zien is ook dat we deze gezinnen niet uitsluiten. In onze parochies zullen we nooit zeggen dat kinderen van gescheiden ouders niet mee mogen doen met de eerste communie. Dan krijgen wij trouwens de hele parochie over ons heen. Voor parochianen is het heel gewoon dat iedereen mee mag doen.

Als wij mensen, ook gescheiden mensen die opnieuw getrouwd zijn, niet mogen uitsluiten dan zouden we hen ook moeten laten deelnemen aan wat wij het hoogtepunt van het christelijk leven noemen, de eucharistie. Nu is dat verboden. Is dat barmhartig? De bisschoppen zeggen dat we dan de leer beter moeten uitleggen. Er zit voor ons kennelijk een spanning tussen onze barmhartigheid (én die van God?) en de regels van de kerk. Hoe kunnen wij mensen de communie weigeren als zij zelf naar voren komen? Toch zien we het op steeds meer plekken gebeuren.

Wij pleiten er voor gescheiden katholieke mensen die opnieuw getrouwd zijn, niet uit te sluiten van de heilige communie. Er is gesproken over hoe de orthodoxe kerken hiermee omgaan. Wij hebben daar geen voldoende zicht op maar als er praktijken zijn die pastoraal mogelijk zijn, dan is onze sacramententheologie met de bijbehorende kerkelijke procedures ook op dit punt aan herziening toe.

22. Hoe kan ervoor worden gezorgd dat man en vrouw in verschillende vormen van relatie – waarin menselijke waarden aanwezig kunnen zijn – een gevoel van respect, vertrouwen en bemoediging kunnen ervaren van de Kerk om te groeien in het goede en geholpen kunnen worden om te komen tot de volheid van het christelijke huwelijk? (cf. RS 25)

Na het Tweede Vaticaans Concilie was er in ons land een groot elan tot hervormingen. Wij hadden bisschoppen met de uitgesproken wil tot hervormingen. Maar in de top van de kerk waren andere krachten werkzaam die na verloop van jaren veel hervormingen terugdraaiden. Dit had een negatief gevolg in de vorm van een groeiende afkeer van de nieuwe leiders die ons werden opgedrongen en uiteindelijk van veel kerkverlating. De terugkeer naar orthodoxie en strenge regelgeving stimuleerde dit proces alleen maar. Het seksuele misbruik door kerkelijke leiders verergerde de afkeer.

Tegen deze achtergrond zal het respect en vertrouwen weer geheel opnieuw moeten worden opgebouwd. Dan dient de kerk door nieuwe regels vanaf de hoogste hiërarchie voor leiders te zorgen die ten volle openstaan voor respect en bemoediging in plaats van alleen maar strenge gehoorzaamheid aan de regels. Wanneer bisschoppen en andere kerkelijke leiders mede gekozen worden door de eigen katholieken, kan hiermee een begin gemaakt worden. Zonder deze grondige verandering zullen veel mondige mensen geen vertrouwen meer kunnen opbrengen in de kerk.

Wij als pastors van deze kleine gemeenschappen proberen dit vertrouwen wel te wekken of vast te houden maar moeten dit vaak doen door eigenmachtig regels opzij te zetten. Daarvoor worden wij dan weer door onze bisschoppen gestraft.

Vragen over Deel III - Debat: pastorale perspectieven

Het evangelie van het gezin verkondigen vandaag, in verschillende contexten (29-38)

23. Hoe komt de dimensie van het gezin aan bod in de vorming van priesters en andere pastorale werkers? Worden gezinnen zelf direct bij die vorming betrokken?

Wij zelf hebben onze opleiding tot pastores in een andere tijd gekregen. De huidige opleidingen in Nederland munten niet uit door openheid ten aanzien van wat in onze gezinnen leeft. Regelgeving en strenge orthodoxie lijken boven barmhartigheid te gaan. Als er al gezinnen bij betrokken worden, dan zullen daarvoor de weinige gezinnen gekozen worden die geheel volgens de regels leven.

28. Hoe wordt de huwelijksvoorbereiding voorgesteld met het oog op het belichten van de roeping en de zending van het gezin in overeenstemming met geloof in Christus? Wordt ze voorgesteld als een authentieke kerkelijke ervaring? Hoe kan ze vernieuwd en verbeterd worden?

In de meeste gevallen hier zijn de voorbereidingen voor het huwelijk beperkt. Als mensen zich aanbieden voor een kerkelijk huwelijk, zijn we al blij want zo vaak komt dat niet meer voor in onze parochies. Wij proberen dan niet alleen hun duidelijk te maken wat de kerk ziet als een mooi christelijk huwelijk, maar willen vooral naast hen gaan staan om van nu af hen te begeleiden op de weg naar een zo goed mogelijk huwelijk. Wij nodigen hen dan uit om samen met ons gestalte te geven aan de huwelijksplechtigheid zodat zij dit zich later zullen kunnen herinneren als een authentieke wil van onze kant om aan hun huwelijk dienstbaar te zijn.

Wij weten dat er andere, vooral jonge priesters zijn, die meer zorg besteden aan het scherp inprenten van de kerkelijke leer op alle punten waarover in Nederland meestal anders gedacht wordt. Wij zouden graag zien dat onze bisschoppen in deze hun priesters voorgaan in een positievere houding.

De pastorale zorg voor wie burgerlijk is getrouwd of ongehuwd samenwoont (41-43)

33. Is de christelijke gemeenschap in staat om pastoraal betrokken te zijn in dergelijke situaties? Hoe kan ze helpen bij het onderscheiden van de positieve en de negatieve elementen in het leven van koppels die burgerlijk gehuwd zijn en wel zo dat ze hen kan voorlichten en ondersteunen op de weg naar groei en bekering in de richting van het sacrament van het huwelijk? Hoe kunnen de mensen die ongehuwd samenwonen geholpen worden om te kiezen voor het huwelijk?

Veel van onze geloofsgemeenschappen staan open voor het opnemen van jonge mensen in hun gemeenschap ook al beleven deze hun leven als partners anders dan de kerkelijke regels voorschrijven. Wij denken dat de positieve instelling die in deze vraag 33 opgesloten ligt, meer bekendheid zou dienen te krijgen zodat jongen mensen zich niet bij voorkeur afkeren van de kerk. Onze bisschoppen zouden deze positieve houding moeten verkondigen en uitstralen. Dit lijkt ons de eerste stap op de weg waarop jongen mensen het huwelijk positiever zouden kunnen zien. In onze samenleving en in onze kerk zijn mensen erg gesteld op hun persoonlijke vrijheid bij de inrichting van hun leven en stimulansen van bovenaf werken eerder contraproductief.

Zorg dragen voor gebroken gezinnen (echtgescheidenen, niet-hertrouwde echtgescheidenen, hertrouwde echtgescheidenen, eenoudergezinnen) (44-54)

35. Is de christelijke gemeenschap klaar om zorg te dragen voor gebroken gezinnen zodat zij de barmhartigheid van de Vader kunnen ervaren? Hoe kan de christelijke gemeenschap zich engageren in het wegwerken van sociale en economische factoren die deze gezinnen nog vaak determineren? Welke stappen zijn al gezet en welke moeten er nog gezet worden om deze aanpak en het missionaire bewustzijn dat hem ondersteunt, te versterken?

De parochies die wij leiden zien wij als zo open mogelijk om een christelijke gemeenschap te zijn samen met diegenen die volgens de huidige kerkelijke leer niet geheel voldoen aan de normen. Wij noemen die niet gauw ‘gebroken gezinnen’ omdat ook Jezus niet gezinnen uitkoos maar mensen die ieder afzonderlijk hem wilden volgen. Wie zijn wij dan dat wij kunnen oordelen over hun geloofsleven en hun wens om samen met ons gemeenschap te vormen. Wij allemaal zijn zoekers en soms twijfelaars die toch gezamenlijk luisteren naar het woord van het evangelie en de eucharistie vieren en zo open staan voor anderen die ons willen vergezellen op onze tocht door het leven. Wij moeten als kerk meer naar die positieve kanten toe. Als katholieke ouders zeggen dat zij liever hebben dat hun kinderen eerst een aantal jaren samenwonen en niet te vroeg het huwelijk instappen, dan begrijpen wij dat niet alleen maar staan daar ook achter.

Pas als onze bisschoppen ook die openheid betrachten die hier gevraagd wordt, zullen onze parochies zich nog meer kunnen inspannen om openheid uit te stralen naar alle mensen die deel uit willen maken van onze gemeenschappen en dan ook volledig mogen deelnemen aan onze vieringen en andere activiteiten.

Over ons omgaan met mensen die lijden onder sociale en economische omstandigheden hebben wij al gesproken bij vraag 20.

37. Hoe kan de procedure voor het nietig verklaren van een huwelijk toegankelijker, soepeler en indien mogelijk gratis worden gemaakt?

Bij vraag 19 hebben wij al gesproken over scheidingen en hoe in onze parochies daarmee omgegaan wordt.

Voor hen die katholiek kerkelijk gehuwd zijn, brengt scheiding nog een bijzonder probleem mee. Als zij ook het kerkelijk huwelijk willen laten ontbinden, dan is alleen nietigverklaring mogelijk. Wanneer zij de beslissing nemen om uit elkaar te gaan, is hieraan al een lange tijd van moeilijke gesprekken vooraf gegaan. Als dan blijkt dat een nietigverklaring ook nog weer jaren kan duren, dan houden maar weinigen dit vol.

En ander aspect hiervan is dat het paar zegt dat zij een nietigverklaring (vanaf het begin dus) als een miskenningvoelen omdat zij menen dat in het begin wel degelijk sprake was van een echt huwelijk, zeker als er ook nog kinderen uit zijn geboren. Het woord nietig is dan feitelijk onjuist, al weten wij dat dit op het ogenblik de enige mogelijkheid van de kerkelijke wet is. Een opnieuw doordenken van deze regelgeving, ook tegen de achtergrond van de praktijk van andere christelijke kerken, lijkt ons dan ook heel urgent. Het is merkwaardig dat wij zeggen dat mensen die huwen, zelf elkaar het huwelijk toedienen, maar bij scheiding willen we dat een andere instantie optreedt. Wij pleiten er voor, dat de procedure verkort wordt.

38. De sacramentenpastoraal met betrekking tot hertrouwde echtgescheidenen heeft nood aan verdere verdieping, met inbegrip van een evaluatie van de praktijk bij de orthodoxen en rekening houdend met “het onderscheid tussen de objectieve toestand van zonde en verzachtende omstandigheden” (RS 52). Wat zijn de vooruitzichten in een dergelijk geval? Welke stappen zijn hier mogelijk? Welke suggesties kunnen worden gedaan om te verhelpen aan vormen van onterecht en onnodig beletsel?

Zoals wij al eerder zeiden, gaat het hier niet alleen om de sacramentenpastoraal maar ook om de sacramententheologie. Hiervoor is inderdaad meer studie nodig al denken wij dat veel theologen deze studie allang gedaan hebben maar zich niet mogen uitspreken over hun conclusies, gezien de opvattingen bij hun bisschoppen. In plaats van te spreken over een ‘objectieve toestand van zonde’, zouden we veeleer moeten praten over mensen die op hun weg naar een ideaal huwelijk gefaald hebben, opgestaan zijn en het opnieuw willen proberen.

De stappen die hier mogelijk zijn, hebben wij al genoemd: herziening van de theologie en de praktijk van sacramentenpastoraal, opheffing van de uitsluiting tot deelname aan de Communie en herziening van het systeem van nietigverklaringen.

40. Hoe kan de christelijke gemeenschap pastorale aandacht geven aan gezinnen waarvan sommige leden een homoseksuele neiging hebben? Op welke manier is het mogelijk om zich in het licht van het evangelie te bekommeren om personen die zich in dergelijke situaties bevinden en daarbij elke vorm van onrechtvaardige discriminatie te vermijden? Hoe kan men wat Gods wil in hun situatie vraagt, verhelderen?

Wij spreken hier liever van geaardheid omdat wij ervan overtuigd zijn dat deze mensen zo geschapen zijn en dat de schepping ook in deze goed is zoals zij is. Het woord ‘neiging’ is onjuist en wordt teveel gezien als een gewoonte waar van je kunt genezen zoals de neiging om te veel te drinken.

Christelijke gezinnen die hier bedoeld worden, hebben geen aparte pastorale aandacht nodig maar dienen gezien te worden als alle andere gezinnen. Aanvaarding van homoseksualiteit door christenen en door alle mensen zou gemeengoed moeten worden.

Namens de VPW Haarlem Amsterdam
Leo Mesman, voorzitter
Jan van Diepen, secretaris
Marion Bleeker, penningmeester

2017 4Blended pastoraat
2017-4
Los te bestellen.
Zie onder 'Contact'. 
(2009-2014)

Kiezen voor delenKleur bekennen
2017-3
Los te bestellen.
Zie onder 'Contact'. 
(2009-2014)

Kiezen voor delenPassie voor preken
2017-2
Los te bestellen.
Zie onder 'Contact'. 
(2009-2014)

Kiezen voor delenKiezen voor delen
2017-1
Los te bestellen.
Zie onder 'Contact'. 
(2009-2014)

2016 4Internationalisering van parochies
2016-4
Los te bestellen.
Zie onder 'Contact'. 
(2009-2014)

2016 3Met open handen
2016-3
Los te bestellen.
Zie onder 'Contact'. 
(2009-2014)

Verlangen naar saamhorigheidPastoraal Ondernemerschap
2016-2
Los te bestellen.
Zie onder contact.
(2009-2014)

Jong gedaanLaudate si
2016-1
Los te bestellen.
Zie onder 'Contact'. 
(2009-2014)

2015 4Menswording

2015-4
Los te bestellen.
Zie onder contact.
(2009-2014)

Verlangen naar saamhorigheidRouwen en bouwen
2015-3
Los te bestellen.
Zie onder contact.
(2009-2014)

Verlangen naar saamhorigheidVerlangen naar saamhorigheid
2015-2
Los te bestellen.
Zie onder contact.
(2009-2014)

Jong gedaanJong gedaan
2015-1
Los te bestellen.
Zie onder 'Contact'. 
(2009-2014)

2014-3Gepensioneerd, en dan?

2014-3
Los te bestellen.
Zie onder 'Contact'. 
(2009-2014)

2014 4Om wie jij bent..

2014-4
Los te bestellen
Zie onder 'Contact'
(2009-2014)

Het hart van het pastoraatNotitie
"Het hart van het pastoraat"

Dit nummer is los te bestellen.
Zie onder Contact

JSN Epic template designed by JoomlaShine.com